Nieuw boek: Luisterrijk der letteren

23 oktober 2019

Via de commentaren op dit blog, ontving ik deze reactie van Siebe Bluijs. Een ongelooflijk positief signaal om te bevestigen dat hoorspelen niet zomaar radio-amusement waren, maar een echte vorm van literatuur.

Hieronder de reactie – hopelijk reageren jullie massaal op de uitnodiging?

letteren_Mijn complimenten voor uw geweldig informatieve website. Heel graag breng ik een boek onder uw aandacht dat 06/12/2019 verschijnt en waarvan ik denk dat het u en de lezers van uw website zal interesseren.Mogen we u vragen het boek te signaleren op uw website en in uw nieuwsbrief?

‘Luisterrijk der letteren. Hoorspel en literatuur in Nederland en Vlaanderen’ (red. Lars Bernaerts & Siebe Bluijs) toont en onderzoekt voor het eerst de rijkdom van het literaire hoorspel in Nederland en Vlaanderen.

Een ongeziene literaire rijkdom bevindt zich vandaag in de archieven van de openbare omroepen in Nederland en Vlaanderen. Daar liggen de vele hoorspelen en scenario’s waartoe literaire auteurs sinds de vroege dagen van de radio hebben bijgedragen. Maar wie herinnert zich nog de hoorspelen van Louis Paul Boon, Hugo Claus of Bert Schierbeek? Wie weet er nog dat literaire auteurs ook buitenlandse hoorspelen vertaalden en dat literaire teksten werden bewerkt voor het oor?
Al die facetten komen aan bod in Luisterrijk der letteren. De inleiding biedt een overzicht van de intensieve raakvlakken tussen het literaire veld en de radio in de Lage Landen. Vervolgens behandelen de hoofdstukken oorspronkelijke hoorspelen van onder meer Walter van den Broeck en Ivo Michiels, vertalingen van Duitse en Engelse hoorspelen, en adaptaties zoals die van Herman Teirlincks toneelstuk De vertraagde film. Bijdragen over Nederlandse hoorspelen uit het interbellum en experimentele verbosonieën van Ab van Eyk versterken het beeld van een genre dat zich voortdurend vernieuwt in interactie met de literatuur. Als sluitstuk krijgt de lezer een overzicht van naoorlogse literaire hoorspelen. Op die manier toont en onderzoekt dit boek voor het eerst de rijkdom van het literaire hoorspel in Nederland en Vlaanderen.

Graag nodigen we u en de bezoekers van hoorspel.wordpress uit voor de boekpresentatie die plaatsvindt op vrijdag 6 december 2019 om 20u00 in het Poëziecentrum in Gent. Informatie over programma en aanmelding is hier te vinden: https://www.poeziecentrum.be/evenement/boekvoorstelling-luisterrijk-der-letteren

Lars Bernaerts & Siebe Bluijs (red.), Luisterrijk der letteren. Hoorspel en literatuur in Nederland en Vlaanderen. Gent, Academia Press, 06/12/2019.

ISBN 9789401463942. € 34,99
Bestelinformatie vindt u op de website van de uitgever: https://www.academiapress.be/nl/sel-reeks-13-luisterrijk-der-letteren

Vriendelijke groet,
Siebe Bluijs
Universiteit Gent
Afdeling Nederlandse letterkunde


Boek Het Smelt van Lize Spit als podcast

2 juli 2016

het_smeltHet is wel geen hoorspel, maar dit bericht wou ik je niet onthouden: de debuutroman van Lize Spit, “Het smelt”, die laaiend enthousiaste kritieken krijgt, kan je in de volgende weken als podcast downloaden. Van het boek is namelijk een audioversie gemaakt, zodat je het boek kan beluisteren.
Het boek wordt voorgelezen door An Caers. Je kan de wekelijkse afleveringen ook beluisteren bij Soundcloud, of het hele boek in één keer downloaden bij Dasmag. Dat kost je dan wel 14,95 euro.
https://soundcloud.com/dasmag
http://www.dasmag.nl
http://www.dasmag.be
http://shop.dasmag.nl/products/audioboek-lize-spit-het-smelt
https://itunes.apple.com/us/podcast/lize-spit-het-smelt/id1117983821?mt=2


Cascando: inleiding

21 december 2014

cascando_beckettOp 22 december 1989 overleed de schrijver Samuel Barclay Beckett in Parijs, op 83-jarige leeftijd. De herdenking van zijn sterfdag is een aanleiding om het te hebben over het hoorspel Cascando.
Bij dit hoorspel behoort een inleiding, gegeven door Dr. Rob Erenstein, die wat duiding geeft bij het hoorspel, en dan vooral de figuur van Samuel Beckett, en een ander stuk dat hij geschreven heeft, Wachten op Godot. Een omstreden theaterstuk, omdat er eigenlijk in dat hele stuk niets gebeurt, en de toevallige theaterbezoeker, die de achtergrond van het stuk niet kent, kop noch staart kan knopen aan het stuk.

De uitleg van Dr. Erenstein geeft me toch wel een dubbelzinnig gevoel. Wat me stoort is een houding, die ik hooghartig durf te omschrijven, en die tot uiting komt in een citaat van Beckett: “Dat het de plicht is van een kunstenaar om zijn ervaringen in al hun totaliteit en complexiteit uit te drukken, zonder rekening te houden met de vraag van het luie publiek naar gemakkelijk te begrijpen literatuur”.

En: “Hier is expressie, bladzijde na bladzijde, en als u het niet begrijpt, is dat omdat u te decadent bent om het te begrijpen”.

Enerzijds wil de auteur er zich op laten voorstaan dat hij haast in één ruk geschreven heeft, een pure expressie van zijn gevoelens. Anderzijds zouden zijn woorden, althans dat beweren de literatoren die zijn werk bestuderen en van duiding voorzien, enkel te begrijpen zijn wanneer je ze een voor een kent, weet wat de achtergrond is. Zijn woorden zouden bij elke keer je het verhaal herleest, pas duidelijker en duidelijker worden. Met andere woorden: je kan het werk niet begrijpen, als je geen voorkennis hebt.

Twee verklaringen die, naar mijn inziens, volledig met elkaar in tegenspraak zijn. Ofwel is iets een intuïtieve expressie, een woordenvloed die spontaan uit het hart van de schrijver komt. Als luisteraar/lezer kan je die dan alleen ondergaan, en de spontaniteit mooi vinden – of ook niet. Ofwel wordt er een doordachte taal gebruikt, en heeft het werk een bedoeling.

Bovendien mag je, als luisteraar / lezer / theaterbezoeker, toch wel iets verwachten dat je iets te zien / horen krijgt dat je kan begrijpen, zonder bij elk woord duiding te moeten krijgen? Is het zelfs niet zo dat, als je een stuk te zien krijgt dat niet te begrijpen valt zonder die duiding, dat het dan een stuk is dat slecht geschreven is?

Dat waren mijn gedachten na het beluisteren van deze inleiding. Ik herinner me daarbij ook de uitspraken van fervente hoorspelliefhebbers, die afhaakten toen met dergelijke experimentele hoorspelen begonnen werd. Het leek er toen op dat de beleidsmensen van de radiozenders hadden beslist dat de enige rol die een hoorspel nog mocht spelen, die van de “verheffing van het volk” was, hoge cultuur dus, en het gewone volkse zoals een romantisch, humoristisch of detective hoorspel verbannen werd.

Dat was dus mijn mening. Tot ik dit weekend een gesprek beluisterde tijdens de razend interessante podcast Interne Keuken, over die andere enigmatische schrijver, James Joyce, die net als Beckett een boek geschreven heeft waar je als gewone mens kop noch staart kan krijgen – maar dat volgens experts een uitleg verdient bij elk woord: Finnigan’s Wake. Dit gesprek kan je hier beluisteren
http://radioplus.be/#/radio1/herbeluister/e23e6a65-90d2-11e3-b45a-00163edf75b7/496ba304-82c0-11e4-bdf6-00163edf75b7/

(dit is een uitzending van 2u, het fragment over Joyce vind je na 60′ – maar de rest van de gesprekken zijn ook interessant, dit is een van mijn favoriete podcasts, ik heb al zoveel nieuwe dingen geleerd die mijn visie op de wereld erg verruimd hebben!

Wanneer je deze mensen zo enthousiast kan horen spreken over het werk van Joyce, de verklaringen hoort voor de reden waarom het boek niet begint met een hoofdletter, en waarom het eigenlijk niet eindigt, dan vraag ik me weer af: ben ik verkeerd om dit als hooghartigheid van de auteur te beschouwen?

Ik vermeld hier alvast de introductie van het hoorspel Cascando. Morgen volgt het hoorspel zelf.
Maar ik hoor graag jouw mening over dit thema.

https://archive.org/details/CascandoHoorspel

https://archive.org/download/CascandoHoorspel/Cascando_inleiding.mp3


%d bloggers liken dit: